via Cuenca pardipardi in Mancora

Cuenca (Equador) was een prachtig koloniaal plaatsje waar we ons een dag goed hebben vermaakt met rondlopen in de zon en ijsjes eten, maar daarna gingen we snel verder naar Peru. Weer met de nachtbus naar het eerste kustplaatsje, net over de grens: Mancora. Een sufplaatsje wat bekend staat als backpackers paradise met veel feest. Dit was mijn persoonlijke vervanging voor Montañita, een soortgelijk kustplaatsje in Equador. Hier wilde ik graag heen voor de surfers en de relaxte vibe die daar schijnbaar hing, maar het lag nogal uit de route en Mancora zou wat dat betreft hetzelfde zijn. Mancora it is.

De grensoversteek was weinig spannends. Er was niet eens een echte grens, zoals bijvoorbeeld van Colombia naar Equador. De verschillende ambasades zaten gewoon naast elkaar. Je liep dus helemaal niet van het ene land naar het andere. Ik vond het nogal een desillusie, maar mijn nieuwste stempel bewees het: ik ben in Peru! Om 5 uur ‘s ochtends stapten we met halve open ogen de bus uit. Ik was gelijk zwaar geïrriteerd omdat alle taxi chauffeurs aan m’n spullen begonnen te trekken nog voordat ik de bus uit was. Ik zei ze even rustig aan te doen en me even een moment te geven. Toen ze aan me bleven trekken heb ik er één hardhandig weggeduwd en ook D werd redelijk pissig op haar stalker. Toen hadden we even rust en pakten we alsnog een taxi, maar nu wel in ons eigen tempo. Aangekomen in het Loki hostel, wat onder backpackers in Zuid-Amerika een bekend begrip is. Dit is hèt partyhostel in hèt party plaatsje van Peru. Tot nu toe heb ik nog niet echt veel gefeest dus ik besloot me hier goed in het feestgedruis te gaan gooien. Maar eerst een klein uiltje knappen zodat we goed fit zijn.
Om 11 uur begonnen we met een klein ontbijtje vergezeld met een slushie. Wat hier een grote pul half bevroren vodka met of ananassap of mangosap is. Lichtelijk vrolijk liepen we over het strand. Mancora is een echt vissersdorp en overal lopen dan ook locals met een paar dode vissen in hun hand. Op het strand liggen leeg gegeten krabbenschalen, maar ook dode pelikanen, roggen en ik zag zelfs een dode blowfish. We liepen door het vissenkerkhof richting de pier, waar alle vissersboten verzameld waren. Slalommend tussen de grote kratten vol net gevangen vis kwamen we op de pier, waar groepen jongens en mannen een vissersdraadje in het water hadden hangen. Daarmee haalden ze de ene na de andere grote vis naar boven. Echte mannen waren dit niet, want nadat ze de haak uit de mond hadden getrokken lieten ze de vis op het droge flapperen. Op de pier lagen enkele grote vissen die hoog in de lucht sprongen. Steeds minder vaak. Steeds minder hoog. Als het leven er eenmaal uit was hadden de jongens pas weer oog voor de vis en borgen hem netjes op. Zo werd het avondeten bij elkaar gehengeld. Wij vonden het niet zo’n mooi zicht en liepen terug over het strand naar het hostel, waar we precies op tijd waren voor Happy hour. Op tijd zijn voor happy hour is niet zo moeilijk aangezien dat hier van 3 tot 4 is maar, ook van 7 tot 8 en van 9 tot 10. Als je vrienden bent met de barmensen, wat wij natuurlijk gelijk zijn, is het de rest van de avond stiekem ook nog happy hour. Die nacht was dus al gelijk gezellig en laat. Om half 7 de volgende ochtend vond ik mijn bed weer. Om er pas om 7 uur ‘s avonds weer uit te komen. En toen was het weer happy hour….

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

MORE TIPS AND ADVENTURES?

Sign up for our newsletter! And if you up now, you also have a chance on winning one of the "500 hidden secrets" city trip guides of Luster!

You have Successfully Subscribed!